De nationale sport v an de Turken
is "Yali Güres" (olieworstelen). Elk jaar in juni vinden
wedstrijden plaats in Kirkipinar bij Edirne. Teneinde de
moeilijkheidsgraad van het worstelen nog te verhogen, wrijven
de worstelaars zich in met olijfolie."Cirit Oyunu"
(speerwerpwedstrijden ) is een echte sport voor waaghalzen,
waarbij de galopperende ruiter van het ene team een speer werpt
die door het andere team moeten worden opgevangen. Deze sport
wordt voornamelijk ın Oost-Turkije beoefend. In Selcuk bij
Izmir vinden kamelenringwedstrijden plaats, terwijl op de
hoogvlakte van Kafkasör bij Artvin stierenwedstrijden worden
gehouden.
Hieronder volgen de bekendste dansen die in klassieke
klederdracht worden uitgevoerd.
"Horon": deze dans hoort thuis aan de kusten van de Zwarte Zee
en wordt gedanst door dansers in zwarte, rijkelijk met zilver
beklede pakken die in een rij gehurkt op het snelle ritme van
de "kemence", een eenvoudig strijkinstrument, bewegen.
"Kasik Oyunu", de lepeldans, wordt uitgevoerd van Konya tot
Silifke door kleurrijk uitgedoste dansers en danseressen,
waarbij het ritme wordt aangegeven door middel van twee lepels
die door elke danser als castagnetten tegen elkaar aan worden
geslagen.
"Zeybek": deze dans wordt opgevoerd door de "efe", dansers in
oorlogskostuums, en symboliseert moed en dapperheid.
"Kilic Kalkan", de oorlogsdans met de zwaarden, is een
herinnering aan de verovering van de stad Bursa door de
Osmanen.
In Demre (Kale), het vroegere Myra, 25 km
ten westen van Finike, kijken vele prachtige rotsgraven
neer op het reusachtige theater. In de 4e eeuw was
Sint-Nicolaas bisschop van deze stad, waar hij ook
stierf. Het skelet van de heilige werd in de Middeleeuwen
door handelsreizigers gestolen en wordt vanaf die tijd
vereerd als relikwie in het Italiaanse Bari. Elk jaar in
december trekken de Sint-Nicolaasfeesten vele toeristen
die de kerstvakantie doorbrengen aan de zonnige kust van
het oude Lycië. Tegenwoordig is er in Myra (Antalya) een
Sint-Nicolaasmonument.
De eerste nederzetting werd waarschijnlijk al in
1.000 voor Christus op de huidige acropolisheuvel in het
noorden gesticht door Mopsos, een Griekse kolonist uit Argos.
Al snel echter breidde de stad zich heuvelafwaarts uit. De
eerste kolonisten hanteerden bij de vestigingsplaats het
volgende principe: men zocht een heuvel met indien mogelijk
steile wanden, die gemakkelijk te verdedigen was. Verder
moesten in de omgeving vruchtbare akkergronden liggen. Een in
de buurt stromend riviertje moest zorgen voor de verbinding met
zee. De stad mocht niet te dicht bij zee liggen om geen
zeerovers aan te trekken. In de zevende eeuw voor Christus viel
de nederzetting in handen van de Lydiërs en werd nog later
ingenomen door de Perzen. In 333 voor Christus gaf Perge zich
over aan Alexander de Grote, die van hieruit ook Side en
Aspendus veroverde. Na de dood van Alexander viel Perge in
handen van de Seltsjoeken, die van de stad een ommuurde vesting
maakte. In deze tijd werd in Perge ook de "Artemis van Perge"
vereerd. Het heiligdom hiervan is echter nooit gevonden. In de
derde eeuw voor Christus leefde hier één van de belangrijkste
wiskundigen uit de oudheid, namelijk Apollonius van Perge. In
133 na Christus werd Perge Romeins en beleefde kort daarna een
sterke groei. Talrijke grote gebouwen en de zuilenstraat
stammen uit deze tijd. Rond 80 na Christus werd de tempel van
Artemis geplunderd door de Romeinse proconsul Verres. Verres,
die als stadhouder ook in Sicilië had geroofd en geplunderd,
werd door Cicero aangeklaagd in diens "Rede tegen Verres". In
de vroegchristelijke tijd werd Perge als één van de oudste
gemeenten van Klein-Azië steeds belangrijker. In deze stad
predikten de apostel Paulus en Barabas. In de Byzantijnse tijd
was de stad nog maar dunbevolkt. Perge verloor haar belangrijke
positie toen de rivier Aksu (Kestros) verzandde en niet meer
bevaarbaar was.
19 Kilometer ten noorden van de
provinciehoofdstad Denizli liggen op ongeveer 100 meter
boven de meanderbaden op een 2.600 meter lang en 300
meter breed kalksinterterras de ruïnes van de antieke
stad Hierapolis. Het plateau dankt zijn ontstaan aan een
bronvijver waar tegenwoordig een hotel omheengebouwd is
en die, net als vroeger, dient als badplaats. Het water
van de bron heeft een temperatuur van 35° Celsius en is
in hoge mate kalk- en koolzuurhoudend. Het stroomt over
het plateau en vervolgens naar beneden in de ongeveer 100
meter lager gelegen vlakte. Tijdens het afkoelen van het
water wordt het calciumbicarbonaat omgezet in het voor
water ondoordringbare calciumcarbonaat. Daarbij vormen
zich op de steile rotswanden, waar het water in dunne
straaltjes overheen sijpelt, talrijke over elkaar heen
liggende waterbekkens met sterk geribbelde randen. Het
geheel wordt in Turkije Pamukkale genoemd
(katoenkasteel).
Cappadocië is een onbeschrijflijk mooi en interessant gebied
waar sneeuw en regen, wind en zon de tufsteen hebben
ondermijnd, waardoor er duizenden pyramideachtige formaties
zijn ontstaan die het gebied hebben veranderd in een bizar
soort droomlandschap. De aardpyramides en veenschoorstenen
konden ontstaan door de 50 kilometer naar het oosten gelegen,
3.916 meter hoge uitgebluste vulkaan Erciyes Dagi, de oude
Argaios. Door de heftige uitbarstingen van de vulkaan werden in
de omgeving van de berg enorme aslagen afgezet. De asmassa's
klonken later in, terwijl tegelijkertijd rivieren en beken
kloofachtige geulen uitsleten in de tufsteenlaag. Hierdoor
konden hele wouden van kegels oprijzen, welke voorkomen tot op
de zuidoever van de rivier de Kizilirmak. Nu eens staan de
kegels apart, dan weer staan ze dicht bij elkaar in grote
hoeveelheden met scherpe afzonderlijke spitsen. Sommige dragen
een hoed van harder gesteente dat beter bestand was tegen de
erosie, andere hebben plooiingen met zachtere lijnen. Aan de
schoonheid en geografische aantrekkelijkheid van dit landschap
dragen ook de interessante geschiedenis en archeologie van het
gebied bij. In de voet van de rotswanden of in de kegels zelf
zijn woningen en kerken uitgehouwen. In vroegere tijden vormden
ze een toevluchtsoord voor de christlijke bevolking van
Anatolië tegen de Arabische invallen (7e - 13e eeuw na
Christus). Het is bewezen dat de apostel Paulus hier
bescherming zocht tegen zijn achtervolgers en met zijn vrienden
in deze omgeving de eerste christelijke nederzetting
stichtte.
Volgens bronnen uit de oudheid werd de stad
gesticht door de beroemde profeten Kalchas en Mopsos toen zij
op de terugreis waren van de strijd in Troje. In de zesde eeuw
voor Christus heersten hier de Lydiërs totdat zij werden
verslagen door de Perzen. In de daaropvolgende eeuw sloegen zij
hun eigen zilveren munten. In 469 voor Christus behaalde de
Atheense veldheer Kimon tijdens de slag aan de monding van de
toen nog bevaarbare rivier de Eurymedon een dubbele overwinning
op de Perzen. Aspendus was tot 425 voor Christus lid van de
Delische Bond. In 333 voor Christus verscheen Alexander de
Grote in Pamphylië. Via afgezanten vroegen de Apendiërs hem de
stad niet in te nemen. In ruil daarvoor boden ze hem 50 gouden
talenten en duizenden paarden, maar ze hielden geen woord.
Alexander viel de stad aan en nam 50 talenten mee, alsmede
gijzelaars en een jaaraccijns. In 190 voor Christus werd
Aspendus Pergamenisch, viel net als de buursteden in Romeinse
handen en beleefde haar grootste bloeiperiode. Veel van de
machtige bouwwerken in de stad stammen uit deze tijd. Evenals
bij de andere steden leidde de verzanding van de haven en het
Byzantijnse centralisme tot het verval van de stad.
Side was de belangrijkste haven van het oude
Pamphylië. De stad was gelegen op een schiereiland van ongeveer
1 km lang en 400 meter breed. De stad bezat een grote werf en
was in de 2e en 3e eeuw voor Christus een gevaarlijk trefpunt
voor piraten en een belangrijke slavenmarkt. Voor de
slavenmarkt kwamen kopers uit heel Klein-Azië naar Side. In
deze tijd ontstonden de grote bouwwerken van de stad. De ruïnes
hiervan liggen op een rotsachtige landtong. Anders dan in
Aspendus en Perge vestigden de oude Grieken zich hier niet op
een steile burchtberg, maar op een schrale rotskaap direct aan
zee. Toch is deze nederzetting waarschijnlijk niet alleen een
handelsstation geweest. De rotskaap schijnt al rond 1.000 voor
Christus bewoond te zijn geweest. In de 7e eeuw voor Christus
vestigden zich hier de Aeoliërs uit Cyme (45 km ten oosten van
Izmir). In deze tijd werd de kleine bocht aan de westkant van
het schiereiland verbouwd tot een haven. De Aeoliërs hebben
zich zo sterk vermengd met de inheemse bevolking, dat er een
dialect ontstond uit het Oud-Grieks en de taal van de inheemse
bevolking. Alexander de Grote nam de stad in 333 voor Christus
in en liet een troepenmacht achter onder opperbevel van
Nearchos. Tijdens de oorlog van Rome tegen Antiochus III
leverde de stad Side (=granaatappel) een aanzienlijk aantal
schepen aan de vloot van de Seltsjoeken. Na de nederlaag van de
Seltsjoeken werd Side eerst Pergamenisch en vervolgens Romeins.
In de 2e en 3e eeuw na Christus ontwikkelde de stad zich tot
een welvarende havenstad met een belangrijke vloot. Met het
verval van het Romeinse rijk verloor ook Side haar
belangrijkheid. In de 5e eeuw na Christus genoot de stad nog
eenmaal grote invloed als bisschoppelijke residentie en groeide
in de Byzantijnse tijd zelfs uit tot de hoofdstad van
Pamphylië. Na de belegering van de Arabieren in de 7e en 8e
eeuw na Christus begon het verval van de stad. Rond 1.200 was
de stad nog slechts een ruïne. Het huidige dorp Selimiye werd
begin deze eeuw door Griekse vissers gesticht. Van 1947 tot
1966 werden opgravingen gedaan door Turkse archeologen onder
leiding van professor Arif Müfit Mansel.
De Bosporus wordt in Duitsland "rundervoorde"
genoemd. Deze naam heeft het te danken aan de oude mythologie.
Io, de mooie Herapriesteres en één van de talrijke geliefdes
van Zeus, werd door de oppergod veranderd in een koe. Om te
ontkomen aan de horzel die de jaloerse Hera op haar afstuurde,
stortte de "koe" zich in de Bosporus en stak de zee-engte over.
De Bosporus is ontstaan door een doorbraak van de Zwarte Zee
naar de Zee van Marmara. De 31,7 km lange Bosporus heeft een
smalste breedte van 660 meter en een maximale breedte van 4,7
km. De gemiddelde diepte is 70 meter. In de Bosporus komen twee
tegengestelde stromingen voor op verschillende dıeptes. Via de
bovenste stroming stroomt het water van de Zwarte Zee, dat
weinig zout bevat en daarom lichter is, in de lager gelegen,
sterk verdampende Zee van Marmara, terwijl een stroming op 40
meter diepte het compacte en zoute water van de Marmara Zee
naar de Zwarte Zee brengt. Beide tot 300 meter hoge oevers van
de Bosporus kennen veel inhammen en havens. Dit droomlandschap
tussen Europa en Azië wordt opgesierd met oeverpaleizen,
vestingen en dorpen met duizenden cypressen, dennen judasbomen
en platanen.
Dit is de grootste stad van Turkije met meer dan 7 miljoen
inwoners. De stad ligt op 41 graden noorderbreedte, ongeveer
net als Napels. In vergelijking met Napels is het klimaat
echter guurder door de koude winden uit het noorden. Tijdens de
zomermaanden is het vooral aan zee echter bijzonder aangenaam
toeven. Istanboel is de enige stad ter wereld die op twee
continenten ligt. Het belangrijkste gedeelte ligt op de meest
zuidoostelijke punt van Europa en wordt gescheiden van de
Aziatische voorsteden door de Bosporus. Het Europese gedeelte
van de stad wordt door een zeearm, de zogenaamde "Gouden
Hoorn", in twee helften verdeeld: het zuidelijk gelegen oude
Stamboel en de noordelijke wijken Galata en Beyoglu. Hierbij
hoort nog het oude Skutari, het Turkse Üsküdar, dat zich op de
Aziatische oever van de Bosporus uitstrekt. De drie namen van
de stad zijn symbolisch voor drie grote tijdperken: Byzantium,
Constantinopel en Istanboel. De stad wordt gekenmerkt door de
glans van het oude Byzantium, de gloriedagen van Süleyman, de
pracht en de drukte van de oude bazaar. Er is nauwelijks een
andere wereldstad te bedenken met een dergelijke fascinerende
geschiedenis als Istanboel, van de stichting door keizer
Constantijn tot de verovering door de Turken. Elk tijdperk is
terug te vinden in het huidige Istanboel. Ontelbare koepels en
minaretten bepalen het silhouet van deze onvergetelijke en
levendige stad.
Edirne was vroeger de hoofdstad van de
provincie. De stad ligt in het Turkse Thracië aan de monding
van de rivieren de Tunca en de Arda in de Maritza (Meric) en
heeft ca. 100.000 inwoners. Lopend door de nauwe steegjes biedt
de stad nog altijd een oosters aanzien met haar vele bazars en
bruggen. De stad werd in 125 na Christus gesticht door de
Romeinse keizer Hadrianus en heette vroeger dan ook
Hadrianopolis. Later werd de stad omgedoopt tot
"Arianopolis"
Iznik ligt ongeveer 80 km van Bursa op de
oostelijke oever van het gelijknamige meer. Iznik is
fabelachtig mooi gelegen in een bekoorlijk landschap, hetgeen
ertoe leidde dat de stad al tamelijk vroeg werd gesticht.
In het jaar 1331 werd de stad door Sultan Orhan veroverd en
kreeg ze de naam Iznik. In 1402 werd de stad geplunderd door de
Mongolen. In 1514 bracht de Turkse sultan Selim I Iranese
faiencekunstenaars naar Iznik, die hier tot in de 18e eeuw
werkzaam waren. Tegenwoordig versieren vele waardevolle
faiencekunstwerken uit Iznik de moskeëen in Istanboel en
Bursa.
Bursa is gelegen aan de voet van de 2.550 m
hoge berg Uludag en telt ca. 750.000 inwoners. In het
oostelijke deel van de stad bevinden zich voornamelijk de oude
wijken, terwijl in het westelijke deel de nieuwbouw is
ontstaan. Ondanks de moderne straten en bouwwerken is het een
typisch Anatolische stad met talrijke van dakpannen voorziene
daken, moskeëen en grafmonumenten. Vanwege het vele groen wordt
de stad door de Turken ook wel de "groene stad" genoemd. Bursa
is rijk aan zwavel- en ijzerhoudende bronnen en wordt daarom
zeer graag door zowel Turken als toeristen bezocht. Justinius
bracht de zijdeteelt naar de stad. In die tijd was Bursa-zijde
wereldberoemd. Tegenwoordig leeft de stad hoofdzakelijk van de
katoen- en de autoindustrie.
Canakkale is gelegen aan het smalste stuk van
de Dardanellen en is de hoodfstad van de gelijknamige
provincie. De stad telt 70.000 inwoners en dankt haar naam aan
de vroegere aanwezigheid van aardewerkindustrie (de naam
betekent pot- of schaalkasteel).
Het onlangs geopende museum met vondsten uit voornamelijk Troje
en directe omgeving is zeer de moeite waard.
In het zuiden van de provincie Canakkale,
ongeveer 30 km van de stad ligt de heuvel Hisarlik, waar
volgens de sage de Trojaanse oorlog zou hebben plaatsgehad.
Paris, de jongste zoon van de Trojaanse koning Priamus,
ontvoerde de mooie Helena. Zij was de vrouw van koning Menelaos
uit Sparta. Menelaos beschouwde deze kwestie als een
persoonlijke erezaak. Het voorval leidde tot de Trojaanse
oorlog. Na een strijd van tien jaar viel Troje
uiteindelijk.
Het staat niet vast of het tijdens de gevechten om Troje
inderdaad ging om de ontvoering van de mooie Helena. De
eigenlijke reden is waarschijnlijk de controle over de
zee-engtes geweest. In de oudheid was de kust van de Zwarte Zee
een rijk gebied. De Grieken wilden er daarom markten
ontsluiten, koloniën stichten en hun winsten op een veilige
manier door de Dardanellen naar huis brengen. Hierbij werden
zij echter gehinderd door de Trojanen en dit leidde
uiteindelijk tot de oorlog.
De ruïnes van Assos liggen in het zuidwesten
van Turkije op ca. 73 km van Ayvacik aan de Golf van Edremit.
De stad werd door Alexander de Grote bevrijd van de tirannieke
overheersing. In 241 voor Christus viel Assos onder Romeins
gezag. Na de Romeinse tijd werd Assos eerst Byzantijns, viel
vervolgens in handen van achtereenvolgens de Seltsjoeken en de
kruisridders om ten slotte te worden veroverd door de Osmaanse
Turken.
Pergamon is waarschijnlijk tot het begin van
de 3e eeuw voor Christus een kleine nederzetting op een berg
geweest. In de 8e eeuw werd de stad verwoest door de Arabieren.
Daarna werd de acropolisheuvel nog eenmaal versterkt. Rond 1330
gingen Pergamon en het gebied eromheen over in handen van de
Osmaanse Turken. Deze stichtten er een kleine stad met
moskeëen, bazars en badhuizen met de naam Bergama.
Izmir, de derde stad van Turkije, telt
2.300.000 inwoners en is na Istanboel de tweede exporthaven van
het land. De stad ligt aan de gelijknamige golf met een lengte
van 25 km. Ook dit gebied kent een bijzonder aangenaam klimaat.
Op warme zomerdagen is het hier goed uit te houden door een
koele bries uit het westen. De winter duurt maximaal drie
maanden. Het oude Izmir (Smyrna) werd in de 3e eeuw voor
Christus gesticht in de huidige wijk Bayrakli, 8 km ten noorden
van het stadscentrum.
In 1919, na de Eerste Wereldoorlog, namen de Grieken bezit van
Izmir en drongen van hieruit ver door in Klein-Azië. De stad
werd in 1922 heroverd door de Turken en opnieuw
opgebouwd.
Het is aangetoond dat de Cariërs in
de 2e eeuw voor Christus een nederzetting stichtten op de
citadellenheuvel. Op de westzijde van de heuvel ontstond toen een
tempel ter ere van de in heel Anatolië vereerde godin van de
vruchtbaarheid Cybele, die later werd gelijkgesteld aan
Artemis.
Andere overleveringen vertellen dat deze kleine stad rond het
heiligdom van Cybele werd veroverd door de Amazones, wier leidster
de stad haar naam gaf.
Vroeger was Efesus de hoofdstad van de provincie Asia. De stad
bloeide op en werd het grootste handelscentrum van Klein-Azië.
Bijna alle bewaard gebleven ruïnes stammen uit deze
tijd.
Met zijn heerlijke zandstranden, moderne
jachthaven en talrijke aan zee gelegen restaurants is Kusadasi
een van de meest bezochte vakantieoorden aan de westkust van
Anatolië. De haven wordt aangedaan door talrijke
cruiseschepen.
Priene ligt op de zuidelijke helling van de
berg Mycale (Samsun dagi), 15 km van Söke bij het dorp
Güllübahce. Deze antieke stad was lid van de Ionische
stedenbond en streed in 494 voor Christus samen met Milete met
12 schepen tegen de Perziërs tijdens de zeeslag bij het eiland
Lade. In de loop der eeuwen verzandde de haven van de oude stad
steeds meer, waardoor Priene steeds meer aan belang moest
inboeten. Vervolgens werd in 350 voor Christus een nieuwe stad
gebouwd op de 371 meter hoge berg Mycale (het huidige Priene)
naar de plannen van Hippodomos.
Voor toeristen is Rize, gelegen aan
de Zwarte Zee kust, een zeer bijzondere plaats met diepe dalen
en bergen, die uitnodigen tot klimpartijen, kratermeren, groene
hoogplateau’s, en historische bruggen en burchten. Het
landschap is uitermate geschikt voor skitochten, kanotochten en
trecking. De inwoners van Rize zorgen voor een warme en
vriendelijke atmosfeer. Rize heeft een sterk verdeeld landschap
met Artvin in het oosten, Erzurum in het zuiden, Trabzon in het
westen en de Zwarte Zee in het noorden.
Konya:
Religieus centrum van de Mevlevi Orde in centraal Anantolie.
De bekende dansen van de derwish hebben hier hun oorsprong.